Wet van 7 april 2005

7 APRIL 2005. Wet ter wijziging van het koninklijk besluit n° 4 van 29 december 1969 betreffende de teruggaves inzake belasting op de toegevoegde waarde, de wet van 8 augustus 1997 op de faillissementen en de Code van de inkomensbelastingen 1992, om een rechtvaardigere fiscale behandeling te garanderen de schuldeisers in verband met een gerechtelijk akkoord of een faillissement.

ALBERT II, Koning van de Belgen,
Aan iedereen, aanwezigen en om te komen, Salut.
De Kamers hebben goedgekeurd en wij bestraffen wat volgt:

Artikeleerste.
Deze wet regelt een materie bedoeld in artikel 78 van de Samenstelling.

Art. 2. Artikel 3 van het koninklijk besluit wordt n° 4 van 29 december 1969 betreffende de teruggaves inzake belasting op de toegevoegde waarde, door de volgende beschikking vervangen:
"De actie in teruggave neemt geboorte op de datum waar de oorzaak van de teruggave voorkomt. De actie in teruggave bedoeld in artikel 77, §eerste, 7°, van de Code neemt geboorte:
- in geval van faillissement, op de datum van het verklarende oordeel van faillissement;
- in geval van gerechtelijk akkoord, op de datum van de definitieve opschorting, wat de vorderingen betreft waarvan de vermindering in het herstelplan wordt gehandeld. "

Art. 3. Artikel 79 van de Code van de belasting op de toegevoegde waarde wordt door de volgende beschikking vervangen:
"Art. 79. De leverancier of de dienstverlener moeten aan een zijn mede-ondertekenend gewijzigd document richten dat het bedrag van de belasting vermeldt, waarvan hij de teruggave verkrijgt wanneer deze wegens een fout begaan in de rekening heeft of dat zij uit hoofde van artikel 77 is verkregen, §eerste, 2° aan 7°.
Als mede-ondertekenend de aftrek van het bedrag van deze belasting heeft uitgevoerd, moet hij het storten aan de Staat door het te begrijpen in het bedrag van de verschuldigde belastingen die op de periode betrekking hebben, waarin hij het gewijzigde document heeft ontvangen.
De leverancier of de dienstverlener die de teruggave van de belasting aan te wijten concurrentie in geval van totaal of gedeeltelijk verlies van de vordering van de prijs heeft verkregen moeten, voor het geval dat de schuldenaar, inkomen aan beter vermogen, later aan zijn schuldeiser het geheel of een deel van het bedrag betaalt dat als irrécouvrable werd beschouwd, aan de Staat het bedrag van de belasting storten dat met het teruggekregen bedrag overeenstemt, door het te begrijpen in het bedrag van de verschuldigde belastingen die op de periode betrekking hebben, waarin hij deze storting heeft ontvangen. "

Art. 4. Artikel 34 van de wet van 8 augustus 1997 over de faillissementen, waarvan de huidige tekst § eerstezal vormen, wordt door een § 2 aangevuld, als volgt opgesteld:
"§ 2. aan het einde van elk kalenderjaar, leggen de curators in ieder geval een recapitulerende verklaring betreffende BTW betreffende de contracten af. ".

Art. 5. In artikel 80 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002, wordt de alineaeerste als volgt aangevuld:
"In de maand van het oordeel die de sluiting van het faillissement beveelt, brengen de curators naar het bestuur van BTW en het hoofdbestuur van de fiscaliteit ondernemingen en inkomsten over een kopie van de gecorrigeerde vereenvoudigde rekening evenals een overzicht van de bedragen die werkelijk werden betaald aan de verschillende schuldeisers. "

Art. 6. Artikel 48 van de Code van de inkomensbelastingen 1992 wordt door een alinea 2 aangevuld, als volgt opgesteld:
"Geven aanleiding tot een belastingvrijstelling voor vermindering van waarde en provisie, de vorderingen op mede-ondertekenend waarvoor een definitieve opschorting krachtens de wet betreffende het gerechtelijke akkoord is verkregen, en het, tijdens de belastbare periodes waarin de definitieve opschorting geldend is. "

Deze wet af kondigen, bevelen dat zij van het zegel van de Staat wordt bekleed en door het Belgische Staatsblad gepubliceerd.
Gegeven in Brussel, op 7 april 2005.

ALBERT
Door de Koning:
Vice-Premier Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De zegel van het zegel van de Staat:
De Onder-Eerste Minister en Minister van Justitie,
Mevrouw L. ONKELINX
_______
Aantekeningen
(1) Parlementaire verwijzingen:
De documenten van de Senaat:
3-882 - 2004/2005:
N° 1: Wetsvoorstel van de Heer Steverlynck.
Nbeen 2 tot en met 4: Amendementen.
N° 5: Verslag.
N° 6: Tekst die door de commissie wordt goedgekeurd.
N° 7: De tekst goedgekeurd tijdens de voltallige zitting en overgebracht naar de Kamer van de vertegenwoordigers:
De documenten van de Kamer van de vertegenwoordigers:
51-1637 -2004/2005:
001: Project dat door de Senaat wordt overgebracht.
002: Verslag.
003: Tekst die door de Commissie wordt gecorrigeerd.
004: Tekst goedgekeurd tijdens de voltallige zitting en gebonden aan de koninklijke sanctie.
Het volledige verslag: 24 maart 2005.