18 NOVEMBER 1996. - Koninklijk besluit dat een sociale verzekering voor de zelfstandige werknemers instelt, in geval van faillissement en de geassimileerde personen, krachtens artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 over de modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen. Update aan 16-02-2002.
De bron: GEMIDDELDE KLASSEN LANDBOUW De publicatie: 13-12-1996 De inwerkingtreding: 01-07-1997 Het dossier nummer: 1996-11-18/38
Kunst. 1-7, 7bis, 8, 8bis, 9-10, 10bis, 11-22
Artikel 1. Dit besluit stelt een sociale verzekering in, benoemd "verzekering in geval van faillissement".
Art. 2. De sociale verzekering bedoeld in artikel 1 is van toepassing op de faillis zelfstandige werknemers, alsmede op de zaakvoerders, beheerders en actieve vennoten van een handelsmaatschappij verklaard gefailleerd. Zij is eveneens van toepassing, binnen artikelen 3 en 7, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die door de Koning moeten bepaald worden, op de zelfstandige werknemers die niet in alinea 1 worden beoogd, wanneer zij zich in de onmogelijkheid bevinden om hun invorderbare schulden het hoofd te bieden of om ten deel te vallen.
Art. 3. Onder de voorwaarden die in artikel 4 worden vermeld, kunnen de personen die in artikel 2, alinea 1 worden beoogd, aan hun vraag: 1° (de rechten inzake verplichte verzekering gezondheidszorg en vergoedingen, sector van de gezondheidszorg, en inzake familieuitkeringen ontlenen, gedurende vier kwartalen maximum. Deze periode begint de eerste dag van het kwartaal dat die van het verklarende oordeel van faillissement. volgt) 2° op de uitkering aanspraak maken bedoeld in artikel 7.
Art. 4. § eerste. Om van de rechten te genieten bedoeld in artikel 3, 1°, moeten de personen bedoeld in artikel 2, alinea 1, de volgende voorwaarden vervullen: 1° hun onderwerping aan het koninklijk besluit bewijzen die n° 38 van 27 juli 1967 het sociale statuut van de zelfstandige werknemers organiseert, gedurende de vier kwartalen die aan de eerste dag van het kwartaal voorafgaan die die van het verklarende oordeel van faillissement volgt; 2° verschuldigd geweest zijn voor de periode die 1° van de bijdragen bedoeld in artikel 12, § eerste, van het koninklijk besluit wordt beoogd, n° 38 voornoemd; 3° geen beroepsactiviteit uitoefenen of zich niet in een situatie hun opengaand rechten op een rustpensioen bevinden; 4° niet van rechten op uitkeringen in een verplichte regeling van uitkering, familieuitkeringen en verzekering tegen de ziekte genieten en de invaliditeit, sector gezondheidszorg, minstens gelijk aan deze van het sociale statuut van de zelfstandige werknemers, van het hoofd van de activiteit of van een oude activiteit van de echtgenoot; 5°, in België, hun hoofdwoonplaats hebben, in de zin van artikel 3, alinea 1, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 die een nationaal Register van de natuurlijke personen organiseert. § 2. wordt de uitkering bedoeld in artikel 7 aan de volgende voorwaarden toegekend: 1° aan de voorwaarden voldoen die eerste § worden beoogd, 1°, 2° en 5°; 2° vanaf de eerste werkdag die die volgt die het verklarende oordeel van faillissement werd uitgesproken, geen beroepsactiviteit uitoefenen of niet op inkomsten van vervanging kunnen aanspraak maken.
Art. 5. De begunstigde van de rechten en uitkeringen bedoeld in artikel 3 verbindt zich ertoe om aan de instantie belast met de betaling van de uitkeringen elke gebeurtenis om de afschaffing tot gevolg te hebben of een vermindering van de voornoemde rechten aan te duiden en uitkeringen. Bij gebrek aan, zal de uitkering die in artikel 7 wordt bepaald, volledig terugbetaald moeten worden. Elke verandering onder de omstandigheden bedoeld in artikel 4, § 1, 3°, 4° en 5° sorteert zijn effect de eerste dag van het kwartaal dat die van deze verandering volgt, voor de rechten bedoeld in artikel 3, 1°. Elke verandering onder de omstandigheden bedoeld in artikel 4, § 2, product zijn gevolgen de eerste dag van de maand die die van deze verandering volgt, voor de uitkering bedoeld in artikel 3, 2°.
Art. 6. Op straffe van uitsluiting, moet het verzoek bedoeld in artikel 3 voor het eind van het kwartaal ingediend worden dat die volgt die het verklarende oordeel van faillissement (...) werd uitgesproken. De andere procedure voor invoering van de vraag wordt door de Koning bepaald.
Art. 7. De personen bedoeld in artikel 2, alinea 1, die de voorwaarden voor artikel 4 vervullen, § 2, kunnen gedurende zes maanden maximum een financiële uitkering verkrijgen. Al naar gelang de belanghebbenden of niet minstens persoon aan een last, in de zin van artikel 12, alinea 1 hebben, van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 dat een verzekeringsregeling tegen het onvermogen van werk voor de zelfstandige werknemers, beloopt het maandelijkse bedrag van de uitkering respectievelijk instelt: - 773,73 EUR of 644,77 EUR gedurende de twee eerste maanden, en - 515,82 EUR of 386,86 EUR in de loop van de vier laatste maanden. De periode van zes maanden die in de alinea 1 wordt beoogd, begint de eerste dag van de maand die die van het verklarende oordeel van faillissement volgt. De bedragen voorzien in de alinea 2 houden verband met het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996 = 100). zij worden aangepast aan de fluctuaties van het prijsindexcijfer, overeenkomstig de wet van 2 augustus 1971 die een verbindingsregeling organiseert, van de consumptieprijzen van de wedden, lonen, uitkeringen, uitkeringen en subsidies ten laste van de Schatkist, bepaalde sociale uitkeringen, van grenzen van loon die voor de berekening van bepaalde bijdragen van sociale zekerheid van de werknemers, alsmede van de verplichtingen moeten in overweging genomen worden die op sociaal gebied aan de zelfstandige werknemers worden opgelegd. (AANTEKENING: tot 31 december 2001, de bedragen "773,73 EUR", "644,77 EUR", "515,82 EUR" en "386,86 moeten EUR ZICH" bedoeld in artikel 6: "31.212 F", "26.010 F", "20.808 F" en "15.606 F respectievelijk lezen". ) Kunst. 7bis. Ongeacht de beschikkingen van artikel 6 van dit besluit, schrijft de actie zich in betaling van de uitkering die in artikel 7 wordt bepaald, per drie jaar voor. De termijn van drie jaar begint de eerste dag van het kwartaal dat die van het verklarende oordeel van faillissement volgt (...). Behalve de oorzaken voorzien in de burgerlijke Code, wordt het voorschrift door een verzoek in betaling onderbroken dat door aangetekende brief aan de post bij de bevoegde instantie wordt ingevoerd. De onderbreking is geldig voor drie jaar en kan vernieuwd worden. In geen enkel geval, kan de bevoegde instantie de winst van het voorschrift opgeven dat door dit artikel wordt bepaald.
Art. 8. De beschikkingen van artikel 3 zijn van toepassing slechts voor zover de betrokken persoon het onderwerp van een veroordeling is geweest (op basis van artikelen 489, 489bis en 489ter van de Strafcode) niet. In dit geval de uitkeringen waarvan zij had kunnen genieten na de toepassing van dit artikel moeten door de instanties teruggekregen worden die deze uitkeringen hebben betaald.
Kunst. 8bis. De actie in herhaling van de uitkering bedoeld in artikel 7 en ten onrechte betaald schrijft zich per drie jaar vanaf de datum voor waaraan de betaling werd uitgevoerd. Behalve de oorzaken voorzien door de burgerlijke Code, wordt het voorschrift door het bezwaar van de onbehoorlijke betalingen onderbroken dat aan de schuldenaar door aangetekende brief aan de post wordt medegedeeld. De verjaringstermijn is verhoogd tot vijf jaar als de ten onrechte betaalde uitkering na bedrieglijke behandelingen of valse of opzettelijk onvolledige verklaringen, of nog is bereikt als de begunstigde van de uitkering de verplichting niet bedoeld in artikel 5 heeft geëerbiedigd.
Art. 9. De personen bedoeld in artikel 2 kunnen van de sociale verzekering in geval van faillissement slechts één keer genieten tijdens hun professionele loopbaan.
Art. 10. Wat de uitkering betreft bedoeld in artikel 7, bepaalt de Koning: 1° de instantie belast met de betaling evenals de procedure voor betaling; 2° de procedure voor terugwinning van de ten onrechte betaalde uitkeringen; 3° de gevallen waarin de aanvrager kan beweren aan moratoire belangen. Ongeacht de beschikkingen van artikel 8, kan de Koning de gevallen bepalen waarin hij opgegeven kan worden de terugwinning die in alinea 1 wordt beoogd, 2°.
Kunst. 10bis. Wanneer, ten gevolge van nalatigheid van een kassa van sociale verzekeringen, de uitkering bedoeld in artikel 7 ten onrechte werd betaald en dat de herhaling van het onverschuldigde onmogelijk blijkt, wordt de kassa van sociale verzekeringen verantwoordelijk erover door beslissing van de Minister verklaard die het sociale statuut van de zelfstandige werknemers in zijn toewijzingen heeft, aangezien de bedragen in kwestie ten laste van het product van de bijdragen worden gezet om de administratiekosten van de betrokken kassa te dekken.
Art. 11. Artikel 1, alinea 2, van het koninklijk besluit dat wordt n° 38 van 27 juli 1967 het sociale statuut van de zelfstandige werknemers organiseert, als volgt aangevuld: "4° aan de uitkeringen van de sociale verzekering in geval van faillissement."
Art. 12. In artikel 18 van hetzelfde besluit, dat door het koninklijk besluit wordt gewijzigd, n° 74 van 10 november 1967, het koninklijk besluit van 18 oktober 1978 en de wet van 30 maart 1994, wordt hij een § 3bis opgenomen, als volgt opgesteld: "§ 3bis. De regeling van de sociale verzekering in geval van faillissement wordt door het koninklijk besluit dat ter uitvoering van artikel 29 van de wet van 26 juli 1996 is genomen, houdende modernisering van de sociale zekerheid en ingesteld waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van uitkeringen."
Art. 13. Artikel 33, 1° van de wet betreffende de verplichte verzekering worden de gezondheidszorg en de vergoedingen, gecoördineerd op 14 juli 1994, door de volgende beschikking vervangen: "1° aan de zelfstandige werknemers en die gebonden aan de wetgeving die het sociale statuut van de zelfstandige werknemers organiseert, alsmede aan de zelfstandige werknemers die van de sociale verzekering in geval van faillissement genieten." helpen
Art. 14. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 juli 1964 dat de voorwaarden draagt, waarin de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering de gezondheidszorg en de vergoedingen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandige werknemers worden uitgebreid, wordt hij een 3°bis opgenomen, als volgt opgesteld: "3°bis de zelfstandige werknemers die van de sociale verzekering in geval van faillissement, gedurende vier kwartalen genieten, maximum. Deze periode begint, ofwel de eerste dag van het kwartaal die die van het verklarende oordeel van faillissement volgt, ofwel in het geval dat de zelfstandige werknemer een akkoord na faillissement heeft verkregen, de eerste dag van het kwartaal die die van het oordeel van resolutie van dit akkoord volgt."
Art. 15. Artikel 9 van hetzelfde besluit, dat door het koninklijk besluit van 7 april 1995 wordt gewijzigd, wordt door de volgende beschikking vervangen: "Art. 9 - de beschikkingen van artikel 7 zijn van toepassing op de houders bedoeld in artikel 3, 3°, 3°bis en 4°. Evenwel zijn de personen die van de beschikkingen van artikel 3 genieten, 3°bis geacht hun verplichting tot bijdrage vervuld hebben gedurende de periode die er. wordt bepaald "
Art. 16. Artikel 6, de alinea 3, van arreté koninklijk van 8 april 1976 houdende vaststelling van de regeling van de familieuitkeringen voor de zelfstandige werknemers, nemen door het koninklijk besluit van 7 april 1995 op, door de volgende beschikking vervangen: "Aannemer is de persoon die van de sociale verzekering in geval van faillissement geniet, ingesteld ter uitvoering van artikel 29 van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen."
Art. 17. Artikel 6, § worden 2 (van het koninklijk besluit van 18 november 1996 met het oog op de invoering van een globaal financieel beleid in het sociale statuut van de zelfstandige werknemers krachtens hoofdstuk 1 van de titel VI van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen) als volgt aangevuld: "d) de sociale verzekering in geval van faillissement;"
Art. 18. Artikelen 28, § 2, alinea 5, en 41, § worden 3, van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemene regeling betreffende het rustpensioen en voortbestaan van de zelfstandige werknemers, opgenomen door arreté koninklijk van 7 april 1995, ingetrokken.
Art. 19. Het koninklijk besluit van 7 april 1995 ter wijziging van bepaalde beschikkingen betreffende de regeling van sociale zekerheid van de zelfstandige werknemers wordt ingetrokken. Er blijft echter van toepassing voor de personen die zijn beschikkingen kunnen aanvoeren wanneer het verklarende oordeel van faillissement of resolutie van het akkoord na faillissement vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit is.
Art. 20. Het arreté heden is van toepassing slechts wanneer het verklarende oordeel van faillissement of het oordeel van resolutie van het akkoord na faillissement op zijn vroegst op de datum van inwerkingtreding van dit besluit werden uitgesproken.
Art. 21. Dit besluit treedt op 1 juli 1997 in werking.
Art. 22. Onze Minister van de sociale Zaken en Onze Minister van Landbouw worden en de Kleine en middelgrote ondernemingen, elk wat geladen wat hem, een uitvoering van dit besluit betreft. Gegeven in Brussel, op 18 november 1996. ALBERT Door de Koning: De Minister van de sociale Zaken, Mevrouw de Heer VAN GALAN De Minister van Landbouw en de Kleine en middelgrote ondernemingen, K. PINXTEN
ALBERT II, Koning van de Belgen, Aan iedereen, aanwezigen en om te komen, Salut. Gelet op de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen, inzonderheid artikelen 29 en 49; Gelet op het koninklijk besluit dat n° 38 van 27 juli 1967 het sociale statuut van de zelfstandige werknemers organiseert, inzonderheid artikel 1 en artikel 18, dat door het koninklijk besluit wordt gewijzigd, n° 74 van 10 november 1967, het koninklijk besluit van 18 oktober 1978 en de wet van 30 maart 1994; Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering gecoördineerde gezondheidszorg en vergoedingen op 14 juli 1994, inzonderheid artikel 33, 1°; Gelet op het koninklijk besluit van 30 juli 1964 dat de voorwaarden draagt, waarin de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering de gezondheidszorg en de vergoedingen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandige werknemers, inzonderheid artikelen 3 en 9 worden uitgebreid, die door het koninklijk besluit van 7 april 1995 worden gewijzigd; Gelet op het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende vaststelling van de regeling van de familieuitkeringen voor de zelfstandige werknemers, inzonderheid artikel 6, die door het koninklijk besluit van 7 april 1995 wordt gewijzigd; Gelet op het advies van het algemene Comité van beleid voor het sociale statuut van de zelfstandige werknemers, gegeven op 9 en 16 oktober 1996; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 10 oktober 1996; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid artikel 84, alinea 1, 2°, die door de wet van 4 augustus 1996 wordt vervangen; Gelet op de dringende noodzakelijkheid die door wordt gemotiveerd: - de noodzaak om instructies zo spoedig mogelijk te geven aan de Kassa's van sociale verzekeringen voor zelfstandige werknemers betreffende de wijzigingen voorzien teneinde welk hun leden een informatie kunnen garanderen vult op deze nieuwe regeling van uitkeringen in geval van faillissement aan; - de samenhang tussen dit project van koninklijk besluit en projecten van koninklijke besluiten respectievelijk om een globaal financieel beleid in te voeren in het sociale statuut van de zelfstandige werknemers, ter uitvoering van hoofdstuk I van de titel VI van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen, en om het koninklijk besluit te wijzigen dat n° 38 van 27 juli 1967 het sociale statuut van de zelfstandige werknemers en de wet van 30 december 1992 betreffend van de sociale en verschillende beschikkingen organiseert, ter uitvoering van de titel VI van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen (BR) van de wet van 26 juli 1996 om de budgettaire voorwaarden voor de participatie van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie te verwezenlijken Gelet op het advies van de Raad van State, die binnen drie dagen wordt gegeven; Op het voorstel van Onze Minister van de sociale Zaken en Onze Minister van Landbouw en Kleine en middelgrote ondernemingen en het advies van Onze Ministers die in Raad hebben erover beraadslaagd, Wij hebben tegengehouden en gebesloten:
Wijziging (s) · DE WET VAN 24-01-2002 PUBLICEERT 16-02-2002 (GEWIJZIGDE ART.: 3;4;5;6;7;7BIS;8) · DE WET VAN 22-02-1998 PUBLICEERT 03-03-1998 (GEWIJZIGDE ART.: 7BIS;8BIS;10BIS)
Verslag over de Koning
Sire, Het project van koninklijk besluit dat wij de eer hebben om aan Uw Majesteit voor te leggen is krachtens artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en genomen waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen. Artikel 29 van de voornoemde wet laat de Koning toe om, per opzettelijk besluit in Raad van Ministers en volgens de voorwaarden die door hem worden bepaald, alle nuttige maatregelen te treffen om een sociale verzekering voor de faillis zelfstandige werknemers en de personen in te stellen die hun, evenals de zaakvoerders, beheerders en actieve vennoten van handelsmaatschappijen worden geassimileerd die gefailleerd, zonder de levensvatbaarheid van het sociale statuut van de zelfstandige werknemers te hypothekeren werden verklaard. Artikel 49 van dezelfde wet verleent aan de besluiten die op grond van deze zijn genomen, de macht om, aan te vullen, de wettelijke beschikkingen geldend in te trekken te wijzigen of te vervangen. De reikwijdte van dit project kan als volgt kort samengevat worden: -, voor de faillis zelfstandige werknemers evenals de zaakvoerders, actieve beheerders en vennoten van handelsmaatschappijen openen die gefailleerd, van de rechten inzake verplichte verzekering gezondheidszorg en inzake familieuitkeringen gedurende vier kwartalen na het faillissement werden verklaard; - aan deze personen een financiële uitkering toekennen gedurende 2 maanden maximum, vanaf de eerste dag van het kwartaal die die van het verklarende oordeel van faillissement of die van het oordeel van resolutie van het akkoord volgt, na faillissement. - de sociale verzekering voor de zelfstandige werknemers eveneens instellen die niet gefailleerd verklaard kunnen worden, waaronder zich helpend bevinden in de richting van het koninklijk besluit n° 38, maar die zich in de onmogelijkheid bevinden om hun invorderbare schulden het hoofd te bieden of om ten deel te vallen, met dien verstande dat voor deze categorie van zelfstandige werknemers, voorwaarden en wijze van uitvoering evenals de datum van inwerkingtreding nog door de Koning bepaald moeten worden. Teneinde van de sociale verzekering te kunnen genieten die door dit besluit van de voorwaarden betreffende onder meer de onderwerping aan het sociale statuut van de zelfstandige werknemers en de afwezigheid van activiteit na het faillissement wordt ingesteld, worden opgelegd. Commentaar van de artikelen.
Artikel 1. Dit artikel bepaalt het doel van dit besluit: de invoering van een sociale verzekering in geval van faillissement.
Artikel 2. Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied ratione personae van de verzekering in geval van faillissement.
Artikel 3. Dit artikel bepaalt de voordelen die de betrokken personen aan hun vraag kunnen verkrijgen.
Artikel 4. Dit artikel omvat de voorwaarden die de betrokken personen moeten vervullen om van de uitkeringen te genieten.
Artikel 5. Dit artikel verplicht de begunstigde van de uitkeringen om elke gebeurtenis aan te duiden geschikt om deze af te schaffen of te verminderen. Bij gebrek aan, zal het voordeel dat in artikel 7 wordt bepaald, volledig terugbetaald moeten worden. Hij geeft eveneens het moment van inwerkingtreding van zo'n gebeurtenis aan.
Artikel 6. Dit artikel bepaalt de termijn van invoering van de vraag, bedoeld in artikel 3. De andere modaliteiten van de invoering van de vraag worden door de Koning bepaald.
Artikel 7. Dit artikel bepaalt het bedrag van de uitkering. Het bedrag wordt aan de fluctuaties van de gezondheidsindex aangepast.
Artikel 8. Dit artikel sluit winst uit van deze verzekering de personen die strafrechtelijk door het bedrieglijke karakter van het faillissement zouden veroordeeld worden. De uitkeringen die zouden betaald worden moeten teruggekregen worden.
Artikel 9. Dit artikel beschikt dat de winst van de sociale verzekering in geval van faillissement slechts één keer toegekend kan worden aan dezelfde persoon.
Artikel 10. Dit artikel geeft aan de Koning de macht om de procedure voor betaling en terugwinning van de uitkering, evenals de gevallen te bepalen waarin moratoire belangen toegestaan kunnen worden.
Artikel 11. Dit artikel vult artikel 1 aan van het koninklijk besluit dat n° 38 van 27 juli 1967 het sociale statuut van de zelfstandige werknemers organiseert om het toepassingsgebied van het sociale statuut van de zelfstandige werknemers op de uitkeringen uit te breiden in geval van faillissement.
Artikel 12. Dit artikel vult de lijst van de uitkeringen aan die krachtens het sociale statuut van de zelfstandige werknemers worden toegekend, die in artikel 18 van het koninklijk besluit wordt beschreven, n° 38 van 27 juli 1967.
Artikel 13. Door artikel 33 te wijzigen, 1° van de wet betreffende de verplichte verzekering gezondheidszorg en vergoedingen, gecoördineerd op 14 juli 1994, breidt dit artikel het toepassingsgebied van de wet betreffende de verplichte verzekering uit gezondheidszorg en vergoedingen aan de zelfstandige werknemers die van de sociale verzekering in geval van faillissement genieten.
Artikel 14. Dit artikel wijzigt de lijst van de begunstigden in verband met het koninklijk besluit van 30 juli 1964 dat de voorwaarden draagt, waarin de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering de gezondheidszorg en de vergoedingen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandige werknemers worden uitgebreid. De zelfstandige werknemers die de winst van de sociale verzekering in geval van faillissement hebben verkregen ontlenen rechten inzake gezondheidszorg gedurende vier kwartalen maximum.
Artikel 15. Door artikel 9 van het koninklijk besluit van 30 juli 1964 te wijzigen, zal de failli zelfstandige werknemer, in verband met deze verzekering, rechten inzake gezondheidszorg kunnen verkrijgen gedurende 4 kwartalen maximum, zonder bijdragen te moeten betalen.
Artikel 16. Door de wijziging van artikel 6 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende vaststelling van de regeling van de familieuitkeringen voor de zelfstandige werknemers, staat dit artikel de kwaliteit van aannemer van familieuitkeringen aan de persoon toe die van de sociale verzekering in geval van faillissement geniet.
Artikel 17. Dit artikel laat de bestemming van een deel van de hulpbronnen van het globale financiële beleid van het sociale statuut van de zelfstandige werknemers aan de financiering van de sociale verzekering toe in geval van faillissement. Hiertoe wijzigt hij artikel 7, 2° van het koninklijk besluit met het oog op de invoering van een globaal financieel beleid in het sociale statuut van de zelfstandige werknemers.
Artikel 18. Ten gevolge van de intrekking, in artikel 19, van het koninklijk besluit van 7 april 1995 dat in een gratis verzekering voorzag die voor de faillis of geassimileerde zelfstandige werknemers is doorgegaan, de beschikkingen van artikelen 28, § 2 en 41, § zijn 3 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemene regeling betreffende het rustpensioen en voortbestaan van de zelfstandige werknemers nietig geworden.
Artikel 19. Dit artikel komt in de plaats van het koninklijk besluit van 7 april 1995. van de overgangsbeschikkingen zijn genomen voor de personen van wie het verklarende oordeel van faillissement of resolutie van het akkoord na faillissement voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit is.
Artikel 20. Dit artikel bepaalt dat het besluit slechts van toepassing is wanneer het verklarende oordeel van faillissement of die van resolutie van het akkoord na faillissement op zijn vroegst op de datum van inwerkingtreding van dit besluit werden uitgesproken.
Artikel 21. Dit artikel bepaalt de datum van inwerkingtreding van het besluit. De opmerkingen van de Raad van State werden, buiten die gevolgd betreffende artikelen 14,.15 en 16 gezien het belang van de globaliteit van de voorgestelde beschikkingen en teneinde te vermijden dat de oude beschikkingen naast het nieuws blijven bestaan, werd hij geopteerd om onveranderd deze beschikkingen te handhaven ter wijziging en intrekkings. Wij hebben de eer om te zijn, Sire, van Uw Majesteit, zeer eerbiedig zeer trouwe dienaars. De Minister van de sociale Zaken, Mevrouw de Heer VAN GALAN De Minister van Landbouw en de Kleine en middelgrote ondernemingen, K. PINXTEN ADVIES VAN de RAAD VAN STATE. De Raad van State, afdeling wetgeving, achtste kamer, die door de Minister van de Kleine en middelgrote ondernemingen, op 22 oktober 1996, van een verzoek om advies, binnen niet drie dagen, over een project van koninklijk besluit wordt geïnformeerd, dat "een regeling van uitkeringen instelt, in geval van faillissement voor de zelfstandige werknemers, krachtens de titel VI, heeft hoofdstuk III, afdeling 3, wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen", op 24 oktober 1996 het volgende advies gegeven: Overeenkomstig artikel 84, alinea 1, 2°, van de gecoördineerde wetten over de Raad van State, vervangen door de wet van 4 augustus 1996, moet het verzoek om advies de redenen aangeven die het dringende karakter ervan rechtvaardigen. In dit geval worden de volgende redenen aangevoerd: "- de noodzaak om instructies te kunnen zo spoedig mogelijk geven aan de Kassa's van sociale verzekeringen voor zelfstandige werknemers betreffende de voorziene wijzigingen opdat zij hun leden een informatie kunnen garanderen vult op deze nieuwe regeling van uitkeringen in geval van faillissement aan; - de samenhang tussen dit project van koninklijk besluit en projecten van koninklijke besluiten respectievelijk om een globaal financieel beleid in te voeren in het sociale statuut van de zelfstandige werknemers, ter uitvoering van hoofdstuk I van de titel VI van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen, en om het koninklijk besluit te wijzigen dat n° 38 van 27 juli 1967 het sociale statuut van de zelfstandige werknemers en de wet van 30 december 1992 betreffend van de sociale en verschillende beschikkingen organiseert, ter uitvoering van de titel VI van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van van de wet van 26 juli 1996 om de budgettaire voorwaarden voor de participatie van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie te verwezenlijken." Gezien de korte termijn die hem wordt verleend om zijn advies uit te brengen, heeft de Raad van State zich moeten beperken om de opmerkingen te maken die volgen. Reikwijdte en wettelijke grondslag van het project. 1. Het ontwerp van besluit dat voor adviezen wordt voorgelegd, streeft ernaar een regeling van sociale verzekering voor de faillis zelfstandige werknemers, zaakvoerders, beheerders en actieve vennoten van handelsmaatschappijen in te stellen verklaard gefailleerd (artikel 2, alinea 1). Een regeling voor andere zelfstandige werknemers die zich in de onmogelijkheid bevinden om hun invorderbare schulden het hoofd te bieden of wordt om ten deel te vallen (artikel 2, alinea's 2 en 3) aangekondigd. De in te stellen regeling van sociale verzekering ontleent voor de begunstigden een aantal rechten inzake verplichte verzekering gezondheidszorg en vergoedingen, sector van de gezondheidszorg, en inzake familieuitkeringen (artikel 3, 1°). Hij wordt bovendien ingesteld, een geïndexeerde uitkering, die gedurende twee maanden kan verkregen zijn maximum en die 25.000 frank of 30.000 frank bedraagt. Deze uitkering zal de inkomsten van de faillis zelfstandige werknemers en de zaakvoerders, beheerders en actieve vennoten van handelsmaatschappijen moeten vervangen verklaard gefailleerd, vanaf de eerste dag van het kwartaal die die van het verklarende oordeel van faillissement of die van het oordeel van resolutie van het akkoord volgt dat na faillissement tussen de schuldeisers en de failli schuldenaar is besloten (artikelen 7 en 10). Uiteindelijk beschikt het project dat de beoogde personen van deze regeling van sociale verzekering slechts één keer kunnen genieten tijdens hun professionele loopbaan (artikel 9). 2. Artikel 29 van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en waarborgend de levensvatbaarheid van de wettelijke regelingen van de uitkeringen verschaft een wettelijke grondslag aan de beschikkingen in project. Het zou, derhalve, nodig zijn om het eveneens aan te geven aan de eerste alinea van de preambule, in plaats van de titel VI over het algemeen te beogen, hoofdstuk III, afdeling 3, wet.
Behandeling van de tekst. Opschrift. 1. Het gebruik dat regelmatig werd gevolgd om de besluiten van speciale bevoegdheden te nummeren, dient op de besluiten toegepast te zijn die in uitvoering met name van de titel VI van de voornoemde wet van 26 juli 1996 zijn genomen. Immers door de onafgebroken nummering van de besluiten, de eenvoudige vermelding van hun nummer en hun datum maakt het mogelijk om ze te identificeren met een grote veiligheid. Als de regering zich onthield om zo te handelen, zou de volledige voortplanting van het opschrift van de besluiten absoluut noodzakelijk zijn om deze te differentiëren, wanneer zij op een identieke datum door de Koning zullen ondertekend worden. Dit systeem, weinig zouden oefenen uit onnodig een risico van fout, creëren. Overigens de impliciete inlichting die de nummering van het besluit verstrekt - namelijk dat het om een tekst in staat gaat om de wet onmiddellijk te wijzigen en beloofd aan een volgende wetgevende bevestiging - is van een groot nut voor justiciables, aldus verwittigd van de grenzen waarin de wettigheid van het hulpmiddel betwist kan worden voor de rechtspraak. 2. Bovendien, moet het opschrift uitspreken op beknopte wijze en geeft het gehalte van de regels aan. zou het dus nodig zijn om te schrijven: "Koninklijk besluit dat n°... van... een sociale verzekering voor de zelfstandige werknemers instelt, in geval van faillissement, en van de geassimileerde personen". Preambule. 1. De gedane verwijzing, in de preambule, naar de wet van 29 maart 1976 betreffende de familieuitkeringen van de zelfstandige werknemers, is overbodig. 2. In de Franse tekst van de zevende alinea van de preambule, zou het nodig zijn om te schrijven "... gegeven op 9 en 16 oktober 1996 ". 3. Overeenkomstig artikel 22 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de controle van de administratieve organisatie en budgettair, moet de preambule het advies van de inspecteur van de financiën vermelden, met de aanwijzing van de datum waaraan het advies werd uitgebracht. 4. Volgens artikel 84, alinea 1, 2°, gecoördineerde wetten over de Raad van State, die door de wet van 4 augustus 1996 wordt vervangen, moet de motivatie die in het verzoek om advies wat het dringende karakter van deze betreft voorkomt, in de preambule van de reglementaire handeling weergegeven worden. Om dit voorschrift te eerbiedigen, is het nodig om de volgende alinea's op te nemen in de preambule van het besluit in project, voor de verwijzing naar de mening van de Raad van State: "Gelet op artikel 84, alinea 1, 2°, van de wetten over de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, dat door de wet van 4 augustus 1996 wordt vervangen; Gelet op de dringende noodzakelijkheid die wordt gemotiveerd, door... (het vervolg zoals in het verzoek om advies)".
Artikel 1. In zoverre artikel 1 slechts een sociale verzekering "in geval van faillissement" beoogt en voor zover men geen met de relatieve opmerkingen artikel 2 rekening houdt, antwoordt dit artikel niet op elk standpunt aan het onderwerp van de regeling in project. Deze opmerking geldt eveneens voor artikelen 11 tot en met 14 en 16 en 17.
Artikel 2. 1. De alinea 2 machtigt de Koning om de voorwaarden en de modaliteiten te bepalen die op de zelfstandige werknemers van toepassing zullen zijn die noch van faillis, noch van de zaakvoerders zijn, beheerders en actieve vennoten van een handelsmaatschappij verklaard gefailleerd, wanneer zij zich in de onmogelijkheid bevinden om hun invorderbare schulden het hoofd te bieden of om ten deel te vallen. De alinea 3 beschikt, bovendien, dat de Koning de datum van inwerkingtreding van de bepaalde voorwaarden en modaliteiten zal vaststellen. Deze delegatie wordt in te brede termen geuit. Immers geeft het project niet in aan welke grenzen, aan welke voorwaarden en volgens welke normen de Koning de beoogde voorwaarden en modaliteiten zal kunnen bepalen. Zo'n toewijzing van bevoegdheden kan de bevoegdheden passen slechts de Koning houdt van de wet van speciale bevoegdheden van 26 juli 1996: het zou met name tot gevolg hebben dat voor de betrokken materie, de speciale bevoegdheden voorzien door deze wetten zonder beperking van duur door de Koning zelf verder van de termijn zouden verlengd worden die door deze wet wordt gedicteerd. Opdat zij verenigbaar met de wet van speciale bevoegdheden is, zou het nodig zijn om in de beschikking van delegatie in te schrijven, nauwkeurige grenzen waarin de Koning zich kan kwijten van zijn taak. 2. De vraag stelt zich eveneens om te weten of artikel 2 zich met het constitutionele principe van de gelijkheid kan verenigen. Immers de regel die er kostprijs wordt ingeschreven om een regeling van sociale verzekering in te stellen die is gereserveerd voor de faillis zelfstandige werknemers en de zaakvoerders, beheerders en actieve vennoten van handelsmaatschappijen verklaard gefailleerd, terwijl voor de personen die met de faillis zelfstandige werknemers worden geassimileerd, zo'n regeling aan later wordt overhandigd en dat geen enkele invoeringsdatum van deze regeling (alinea 3) wordt overwogen. Dezelfde vraag die stelt zich wat van commercants helpt, onafhankelijk betreft, die van feit van de regeling worden uitgesloten, aangezien zij niet gefailleerd verklaard kunnen worden, terwijl krachtens het koninklijk besluit dat n° 38 van 27 juli 1967 het sociale statuut van de zelfstandige werknemers organiseert, zij echter als zelfstandige werknemers worden beschouwd.
Artikel 3. Men zal in de Franse tekst schrijven: "Onder de voorwaarden die in artikel 4 worden vermeld...".
Artikel 5. In de Franse tekst van artikel 5, alinea 1, zou het nodig zijn om artikel 3 in plaats van artikel 4 te beogen.
Artikel 8. Uit zorg voor de rechtszekerheid, wordt hij aanbevolen om in artikel 8 aan te geven als de beoogde veroordeling alleen die voor het delict van bedrieglijk bankroet, met uitsluiting van het delict van eenvoudig bankroet is, of als zij beide delicten betreft. In deze laatste veronderstelling, kan hij voldoen om te schrijven: "... voor zover de betrokken persoon het onderwerp van een veroordeling van het hoofd van bankroet niet... is geweest ".
Artikelen 14 tot en met 16. Artikelen 14 tot en met 16 van het project streven ernaar wijzigingen respectievelijk aan te brengen aan het koninklijk besluit van 30 juli 1964 dat de voorwaarden waarin de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering de gezondheidszorg en de vergoedingen, gecoördineerd op 14 juli 1994 worden uitgebreid, tot de zelfstandige werknemers en aan het koninklijk besluit van 8 april 1976 draagt, houdende vaststelling van de regeling van de familieuitkeringen voor de zelfstandige werknemers. Hij wordt niet aanbevolen om wijzigingen aan te brengen aan gewone uitvoeringsbesluiten via een besluit van speciale bevoegdheden. Het heeft, immers, uit dit procédé tot gevolg dat na bevestiging door de wetgever van het besluit van speciale bevoegdheden, de gewijzigde beschikkingen van deze uitvoeringsbesluiten niet meer zullen kunnen gewijzigd of slechts door de wet of door een besluit ingetrokken worden die kracht van wet hebben.
Artikel 17. In artikel 17, zou het nodig zijn om artikel 6 te beogen, § 2, van het koninklijk besluit n°... van... met het oog op de invoering van een globaal financieel beleid in het sociale statuut van de zelfstandige werknemers (1), in plaats van artikel 7, 2°. De kamer was uit samengesteld: De HEREN: W. Deroover, zitten van kamer voor; P. Lemmens en L. Hellin, regeringsadviseurs; Mevrouw F. Lievens, griffier. De overeenstemming tussen de Nederlandse versie en de Franse versie werd onder de controle van de Heer L. Hellin gecontroleerd. Het verslag werd door de Heer P. Depuydt ingediend, luisteraar. De aantekening van het Bureau van coördinatie is opgesteld en door de Heer L. Vermeire uiteengezet, assistent-référendaire. De griffier, F. Lievens. De voorzitter, W. Deroover. (1) Het gaat om het koninklijk besluit op het project waarvan de Raad van State het advies L.25.669/8 vandaag uitbrengt.
SAMENVATTING
De SOCIALE VERZEKERING IN GEVAL VAN FAILLISSEMENT
LEGISLATION BASIS: Koninklijk besluit van 18 november 1996
De laatste wijziging is van toepassing voor de faillissementen die na 01/10/2001 uitgesproken en betreft de handelaars en de gevolmachtigden de oude regelgeving blijft dus geldend voor deze categorie van zelfstandigen.
BENEFICIAIRES MOGELIJK
- de faillis handelaars; - de gevolmachtigden van handelsmaatschappijen verklaard gefailleerd.
IN NORMALE SITUATIE: De betaling van de sociale bijdragen ontleent verschillende rechten: - het recht op uitkering, - aan de gezinstoelagen, - aan de ziektekostenverzekering en invaliditeit, - de sociale verzekering in geval van faillissement.
IN SITUATIE VAN FAILLISSEMENT:
De vorige bijdragen werden niet al een tijd betaald De lopende bijdragen worden niet meer betaald.
TOEKENNINGSVOORWAARDEN VAN de SOCIALE VERZEKERING IN GEVAL VAN FAILLISSEMENT
A/de Voorwaarden voor het verkrijgen van een financiële vergoeding:
1. Gedurende minstens 4 kwartalen aan het sociale statuut van de zelfstandige werknemers onderworpen te worden: het kwartaal waarin het faillissement werd verklaard en de 3 vorige kwartalen; 2. Verschuldigd geweest zijn van sociale bijdragen als hoofdactiviteit gedurende de hierboven op de hoogte gebrachte kwartalen (aangezien de betaling van de sociale bijdragen niet noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van een financiële vergoeding, maar kan zeer belangrijk zijn infra zien 3. geen beroepsactiviteit uitoefenen of niet op inkomsten van vervanging vanaf de eerste werkdag kunnen aanspraak maken die die volgt die het verklarende oordeel van faillissement werd uitgesproken; 4. zijn hoofdwoonplaats in België hebben; 5. niet strafrechtelijk in verband met een faillissement veroordeeld te worden, noch zichzelf zijn insolventie georganiseerd hebben 6. niet reeds van de sociale verzekering in geval van faillissement genoten hebben: dit recht kan slechts één keer toegekend worden tijdens de loopbaan, als men reeds van de verzekering faillissement in verband met de oude regelgeving (voor 01/07/1997), de nieuwe regelgeving kan opnieuw toegepast zijn heeft genoten.
B/de aanvullende Voorwaarden betreffende de sociale bescherming:
7. niet van recht op uitkering in een verplichte regeling genieten, en niet genieten van rechten die van het hoofd van een (oud) worden afgeleid, werkzaamheden van zijn echtgenoot (se);
UITKERINGEN
Een financiële uitkering gedurende maximum 6 maanden (de bedragen aan 01/02/2002): - ? 821,08 gedurende de 2 eerste maanden als u persoon aan minstens een last hebt en? 684,23 zo niet persoon aan een last; - ? 547,39 de 4 volgende maanden als u persoon aan minstens een last hebt en? 410,54 zo niet persoon aan een last.
De vergoedingen kunnen niet door de curator gegrepen worden.
Als het positieve antwoord op de voorwaarden voor punt 5 in punt 7: socialegratuite bescherming - de verplichte verzekering gezondheidszorg; - de gezinstoelagen
De OPMERKING: Voor de werkelijke betaling van de gezinstoelagen, blijft de algemene regel betreffende de betaling van de sociale bijdragen van de 2e en 3e vorige kwartalen het betrokken kwartaal geldend; derhalve moeten de bijdragen behalve vrijstelling via de Commissie van de Vrijstellingen van Bijdragen betaald te worden.
Failli kan niet van de vergoeding van de gezondheidszorg voor een bepaald jaar genieten dat als hij de bijdragen van het tweede jaar dat aan dit bepaalde jaar voorafgaat, heeft betaald. Failli kan zal niet op een recht op uitkering gedurende de periode van sociale bescherming aanspraak maken en geen enkele vergoeding van onvermogen van werk hem gedurende deze periode betaald worden.
TOEKENNINGSPERIODE.
- De financiële Uitkering: vanaf de eerste dag van de maand die de maand volgt waarin het verklarende oordeel van faillissement werd uitgesproken. - De sociale Bescherming: vanaf de eerste dag van het kwartaal dat het kwartaal volgt waarin het verklarende oordeel van faillissement werd uitgesproken.
TE VERVULLEN FORMALITES - Een verzoek bij de kassa van sociale verzekeringen indienen waaraan failli laaststelijk tot werd gedaan toetreden, door aangetekende brief of door deponeren van een verzoek ter plaatse voor het eind van het kwartaal dat die volgt, die: - voor de handelaars: het verklarende oordeel van faillissement werd uitgesproken; - voor de nee-handelaars: de activiteit als zelfstandige is opgehouden.
FORMULIEREN. - De kassa van sociale verzekeringen richt een formulier van inlichtingen - Verwijzing binnen de 30 dagen - De kassa besluit om te betalen of om niet te betalen - In geval van meningsverschil met de beslissing van de kassa, mogelijk beroep per aanbevolen post die aan de griffie van de rechtbank van het werk bevoegd voor de woonplaats in de 3 maanden van de kennisgeving van de weigering van de kassa is gericht.
|